Bezoekers Hofcultuur

 ‘Mijlpaaltje’ ? ’t Deelweb Hofcultuur telt al over de 72000 bezoekers. Leuk!

Ja, druk geweest, en nu op naar het derde schooltentamen!

De top tien: Top-10bezoekers pagina's

 

bezoekers

 

Advertenties

Personages, metaforen en beeldtaal

NLP Taal, beeld en brein

Metaforen, ze zorgen voor kleurrijk beeldend taalgebruik. Wel opletten dat het niet al te clichématig wordt. Metaforen zijn goed te verbinden aan personages in boeken en films. Ook in stripverhalen worden ze om voorgaande redenen vaak toegepast. Wil je meer weten over de werking en toepassing van metaforen, maak dan eens een uitstapje naar Neuro Linquistisch Programmeren. Taal is niet neutraal. Taal heeft een uitwerking op je brein en daarmee op de beelden die je je van zaken en kwesties maakt. Door taal bewust te gebruiken en daarmee bewust beelden op te roepen, heb je ook invloed op het denken en het beleven van situaties door anderen. Beeld en beeldtaal kunnen elkaar daarmee versterken, elkaar ontkrachten en / of ontregelen.

feat-728x409

Zie elders op dit blog spelen met taal:

 

 

Mecenas: uitsluitend vrouwen

20190204_140107-1 Volkskrant rapporteert onderzoek Mama Cash anno 2019: vrouwen nog altijd te vaak uitgesloten.

Je kunt je afvragen  in hoeverre je met je keuzen als  kunstvak- en literatuurdocent bijdraagt aan de status quo en welk effect dit heeft op de kijk op kunst en literatuur?

Enige verbetering speurbaar

Bij Nederlands grootste popfestivals is 3% van de headliners vrouw. In de Nederlandse literaire canon wordt 16% van de werken geschreven door een vrouw en 17% van de choreografen bij dansgezelschappen is vrouw. De laatste cijfers van galeries en uitgeverijen geven reden tot voorzichtig optimisme.

Vrouwelijke kunstenaars en schrijvers lopen relatief vaker tegen een glazen plafond. Napoleone werpt zich daarom op als mecenas.  Na de Guerilla Girls is dit nog altijd nodig. De Guerilla Girls passen net als Bansky in een wereld van gemaskerde actievoerders.

 

Dikke papverf

Missing link impastotechniek

Rembrandt van Rijn zorgde voor een revolutie in de schilderkunst met zijn impastotechniek. Zijn werk krijgt een 3-D effect door een dikke laag verf die zorgt voor een soort van reliëf in zijn meesterwerk. De verflaag steekt uit ten opzichte van het oppervlak, hierdoor reflecteert er meer licht. En lichtwerking is een van de meest kenmerkende kenmerken van Rembrandts werk. Hoe hij dat deed is nu drie eeuwen later ontdekt door een internationaal onderzoeksteam onder leiding van de TU Delft en het Rijksmuseum, dat gebruik heeft gemaakt van de European Synchrotron Radiation Facility (ESRF) in Grenoble.

Het geheim van de Meester

We wisten al dat hij het het impasto-effect bereikte met materialen die van oudsher beschikbaar waren op de zeventiende-eeuwse Nederlandse kleurstoffenmarkt, namelijk het pigment loodwit – een mengsel van Pb3(CO3)2·(OH)2 (hydrocerussiet) en PbCO3 (cerussiet) – en organische oplosmiddelen (vooral lijnzaadolie). Nu weten we ook het laatste geheime ingrediënt: Pb5(CO3)3O(OH)2 ofwel plumbonacriet. Deze stof is uiterst zeldzaam in historische verflagen. Plumbonacriet is aangetroffen in sommige monsters van schilderijen uit de twintigste eeuw en in een aangetast rood loodpigment in een schilderij van Van Gogh. Geen ongelukje of een verdwaald stofje, want onderzoek toont dat de toepassing het resultaat is van een bedoelde synthese. De aanwezigheid van plumbonacriet wijst op een alkalisch oplosmiddel. Op basis van historische teksten wordt gedacht dat Rembrandt voor dit doel loodoxide (loodglit) aan de olie toevoegde om een pasta-achtige verf te krijgen.  Al kunnen er bij het drogen van de verf ook allerlei nieuwe producten in een verf ontstaan. De vondst maakt het mogelijk om specifieke impasto-achtige monsters te gaan reconstrueren voor reparatie en veroudering.  Zowel in CO2-rijke en CO2-vrije atmosferen om te bekijken waar de carbonaten in plumbonacriet vandaan komen als ook in vochtige en droge omstandigheden om het effect van water te beoordelen. Vervalsers weten wat hun te doen staat:  al is nog onbekend of de stof zich voordoet in al zijn schilderijen. Ook dat wordt nader onderzocht.

Samenwerking

Het werk, onder leiding van de afdeling Materials Science and Engineering van de TU Delft en het Rijksmuseum, wordt uitgevoerd in samenwerking tussen de academische wereld (Institut de Recherche de Chimie van de Universiteit van Parijs en de Universiteit van Amsterdam), onderzoeksinstituten voor cultureel erfgoed (C2RMF: Centre de Recherche et des Restauration des Musées de France), musea (Rijksmuseum en Mauritshuis) en de ESRF.

Elders op dit blog: