Waardering en engagement

Cultuureducatie kun je benaderen als een soort training. Stel, je hebt nog nooit aan sport gedaan, maar je wilt een marathon gaan lopen. Als je op je eerste dag meteen een uur non-stop gaat rennen dan verga je de rest van de week van de spierpijn. De kans is groot dat na die week pijn en kreupel lopen, je motivatie is verdwenen. Als je het opbouwt in hapklare brokjes van 1 minuut lopen en 1 minuut rust – en vergis je niet, ook die vragen heel wat zweet en inspanning voor een ongetraind lijf– dan bouw je een goede conditie op, ben je trots op je vorderingen, is de kans groot dat je het hardlopen volhoudt en misschien krijg je het echt te pakken: runners high. Net zoals je je lichaam traint, kun je ook de geest trainen.  Werken aan  de ‘cultuurconditie’, waarbij je die ook als een training benadert: stap-voor-stap de boel verkennen.

Aanknopingspunten van invloed op WAARDERING van kunst- en cultuur  [Mvo]

  • Jongeren zijn enthousiaster over kunst wanneer zij dichter worden betrokken bij het kunstproduct.
  • In de benadering van jongeren is het goed om rekening te houden met trends en motieven voor kunstconsumptie.
  • Hoe sterker de interesse in kunst, hoe meer bezoek aan kunst, hoe meer aanzet tot denken, hoe meer nieuwe energie, ontroering en saamhorigheidsgevoel.

>> Wanneer jongeren productief actief betrokken zijn, is de kans op een artistieke ervaring groter.

  • Creëren van een positieve modus versterkt de beleving en inspireert.
  • Betrekken van alledaagse activiteiten.
  • Op individueel niveau rekening houden met: zelfbewustzijn, mediavaardigheden, beeldende vaardigheden.
  • Onderscheid maken tussen de vaardighe(i)d(en) waarop bij de leerling een beroep wordt gedaan en de vaardighe(i)d(en) waarop de leerlingen reflecteren.
  • Steeds verduidelijken wat een leerling van een leertaak / leeractiviteit kan opsteken. Toewerken naar een doel wordt prettig gevonden, evenals afwisseling en een link met de praktijk. Door de opdrachtformulering echt af te stemmen op wat de leerling zelf gaat doen, wordt de opdracht voor de leerling concreter en gaat er meer stimulans van uit.
  • [Krijgen van een cijfer, zodat het vak er daadwerkelijk toe doet in de schoolloopbaan van een leerling]
  • Nadrukkelijk samen doornemen wat de leeractiviteit de leerling brengt.
  • Principe van reverse mentoring toepassen: seniors leren van juniors, leraren van leerlingen, denkers van doeners en vice versa.
  • Interesse als centrale ingang in relatie tot beleving;
    • ‘Entrypoints’ (narratief, logisch, numeriek, esthetisch….);
    • Toepassen van analogieën en vergelijkingen in brede zin;
    • Bieden van kernnoties en kernconcepten;
    • Breed/focused leren, afbakenen en van zoveel mogelijk kanten belichten;
    • Combinatie van entertainment, educatie, esthetiek, escapisme;
    • Subtiel denken aan de ouders!
    • Gericht op subsegmenten (heterogeniteit x homologie): sociale context, leefstijlen en smaakprofielen

Persona’s cultuureducatie [mvo]

Eigen model aan de hand van diverse persona-modellen en kunsteducatieve benaderingen

Eigen model [Mieke van Os] aan de hand van diverse persona-modellen. Hoeden van Bono, SLO-leerlingprofielen, Ankerpunten Gardner, belevingsmodel Gilmore en Pine, Youngmentality, Leefstijlonderzoek Universiteit van Gent, Davos indeling smaak jongeren. P = Parsons; H = Hattie

 >>Benadering vanuit verschillende voorkeursroutes.
>>Rekening houden met individuele leerlingen / en of subgroepen.

Aanknopingspunten van invloed op ENGAGEMENT met openbare kunst [Mvo]

• Hebben van een duidelijk herkenbare functie;
• Getuigen van een directe toepassing en heldere materialen;
• Voeren van een duidelijke maat, aangepast aan de gebruikersgroepen;
• Rekening houden met verwachte looplijnen, zichtlijnen en zit- en parkeerplekken;
• Zicht geven op de omgeving;
• Inspelen op de behoefte om te treuzelen, te verpozen;
• Geven van herkenbaarheid aan een bepaalde plek, hulp bij oriëntatie en identificatie;

>Bekend zijn, in de zin dat de gebruiker weet hoe het in het bezit is gekomen en waarom.

Het hangt erg  van de persoon af welke aanvliegroute en daarmee samenhangende modellen, kijkwijzers, instructies, leertaken het meest dienend zijn om te leren over en door kunst. Dat betekent een afwegen tussen een meer objectieve en een meer subjectieve benadering. Kunsteducatie gericht op beleving kan niet om de subjectieve interpretatie in relatie tot de eigenschappen van de beschouwer heen.   Het is de uitdaging om in te spelen op de meervoudige ontwikkelingsmogelijkheden die mensen hebben op beeldend gebied,  met oog voor invloed van omgeving, context, educatieve  uitgangspunten en didactisch aansluitende werkvormen. Dit betekent respecteren van meervoudige start- en eindpunten, waarbij een kunsteducatief cumulatief effect ontstaat. Niet iedereen start en eindigt met eenzelfde bagage.

Zoals het concept van competenties – ontleend aan de wereld van human resource management en arbeidsmarkt – inmiddels haar inbedding in educatie heeft, zo kunnen wellicht ook concepten uit de humanitas en marketing zinvolle toepassing vinden in educatie.  Het is interessant om te bekijken of bepaalde beschouwingsmodellen  en benaderingswijzen en werkvormen  zich minder of meer lenen als ingang voor bepaalde groeperingen van jongeren op basis van een samengesteld persona.

@Kunstschakel

Advertenties