Reflecteren op autonoom werk

P1030307Vragen opgetekend tijden de atelierdagen: stel mezelf / jezelf de vraag:

Algemeen:

  • Wat zijn je uitgangspunten voor de inhoud?
  • Wat zijn je uitgangspunten voor de vormgeving? Is dit zichtbaar? Beide? Is er relatie tussen inhoud en vormgeving?
  • Wat is de thematiek eronder?
  • Welke intenties heb je beeldend?
  • Beoordeel de beeldende aspecten, materialen en technieken in relatie tot je intenties.En / of de functie van het werk. Dit is de basis voor je beeldend onderzoek. = Doelgericht toepassen van vakspecifieke beeldende middelen.
  • Wat is onderzocht? Wat is bekend?
  • Waar bevinden onderwerpen zich?
  • Waar past het werk in de huidige maatschappij?
  • Symbolen? Welke? Hoe ga je deze inzetten? Heeft al  een vorm…
  • Ook al maak je iets zonder boodschap, vanuit een drang. Wat communiceert het?
  • Waarom loopt iets dood? Of niet?
  • Zit er hiërarchie in de beelden?
  • Schema van inhoudsgebieden: waarom filter je? Wat mag het doorlaten?
  • Wat is de sfeer? Sfeer is een gevolg van factoren!
  • Formuleer eigen criteria voor je werk. Waar ligt de verdieping?
  • Basis: waarom en wat vind je er interessant aan? Waarin zit de aantrekkingskracht?
  • Hoe komen je uitgangspunten terug in het werkproces, de schetsen, je studies? In je eindwerkstukken?
  • Varieer: breng diepgang in de schetsen, maak keuzes en verhelder deze, zoek originaliteit in de uitwerking.
  • Heb je je idee kunnen verwezenlijken?  Welke keuzes heb je hierbij gemaakt en waarom?
  • Wat is er veranderd in je uitgangspunten en waarom heb je die wijzigingen aangebracht?
  • Hoe ga IK met kunst om?
  • Hoe communiceert kunst nu eigenlijk?
  • Hoe zijn de dingen gekoppeld?

Rondom het maken van een installatie:

Er is altijd een relatie tussen de verschillende elementen of een interactie tussen meerdere objecten en hun context. Tussen toeschouwer, elementen en ruimte; tussen waarnemer en ruimte.

  • Wat is de relatie tussen een object, tijd en plaats?
  • Hoe zit het met de ruimte die er tussen de elementen is?
  • Wat is de samenhang en heeft deze een bedoeling? Is er samenhang tussen de objecten: ieder mens zoekt de samenhang.
  • Isoleer je iets van zijn omgeving, waarom wel en waarom niet?
  • Als je iets verandert van materiaal, ruimte, een object of wat dan ook: wat doet het dan? Hoe noodzakelijk is het dat iets van hout, metaal, textiel, … of iets anders is? Dat is mede bepalend voor hoe je ernaar kijkt.Wat kun je zeggen over de communicatie tussen jouzelf en het materiaal?
  • Hoeveel onderdelen heb je nodig? Hoeveel is nodig om het duidelijk te maken? Is er onderlinge duiding tussen de elementen?  In vorm, materiaal, betekenis…?
  • Is de installatie toegespitst op een specifieke ruimte of ruimte-onafhankelijk?  Hoe komt de compositie over? Afstand doet veel: denk aan mensen dicht op elkaar of verloren in een ruimte, hoe heeft het invloed op de comfortzone?
  • Hoe ervaar je de verschillende waarnemingsstandpunten? Welke associaties krijg je? Wat kun je inbrengen om associaties, herinneringen naar boven te halen: denken, voelen, willen. Waarnemen en begrijpen: hoe kun je daarmee spelen? Hoe speel je ermee?
  • Wat doet het met het beeld al;s je het opblaast?Inzoomt? Of Manipuleert?
  • Maak je gebruik van muziek? Waar houdt geluid op en begint muziek? Hoe zit het met de ritmische compositie? Wat brengt structuur aan in de muziek, in het ritme? Heb je die structuur nodig of eerder meer chaos? De mens zoekt naar structuur: waar geef je die, hoe geef je die én geef je die? Hoe nauw is de samenhang met het beeld? Wat is toeval en wat niet?
  • Wat is het gevoel met name? Komt je boodschap over? Waarom en wanneer accepteer je iets als een beeld? Wanneer los je de logica van het beeld in voor de logica van het verhaal en andersom? Wat is de flow?
  • Hoe zit het creatieve proces in elkaar?
  • Wat voegt poëzie toe?  Poëzie hoeft niet altijd een hele beleving te zijn, kan ook over gewoon dagelijkse dingen gaan.  Ritme en / of rijm niet domineren: staat alles – de taal – op de goede plek? Schrijf eventueel wat onderkoelt, dan krijgt de persoonlijke beleving van de lezer meer ruimte. Groepeer lijnen en kijk waar je kunt aanscherpen. Laat een eventueel moreel oordeel over aan de lezer.Wanneer werkt herhaling?
  • Waarom kiest de kunstenaar voor een bepaald beeld? Is er een relatie tussen het leven van een artiest en zijn werk?

Ben gevoelig voor de informatie die je uit je eigen beelden krijgt!
Dit om een begin te scherpen in het samenstellen van een installatie.

Afstand en tijd zijn  nodig om te reflecteren.

Koester je eigen werkwijze, experimenteer, en werk op een wijze die je ligt (ieder heeft zijn eigen aanpak: de een denkt veel uit van te voren, een ander zegt: dit maak ik, een volgend iemand gaat al doende aan de gang en komt tot iets, weer een ander wil de materialiteit van het materiaal beleven om tot iets te komen, …)

Advertenties

Bauhaus

Bauhaus. Industrial Design. Mieke van Os. Kunstschakel.