3D Second Skin DOE-DENK

5944

Korte omschrijving van de relatie van het kunstwerk en / of opdracht binnen het programma kunsteducatie.

Creëer jouw eigen unieke masker

Ontwerp een masker en voer je ontwerp uit. Maak van plakken, plakjes of rolletjes chamotteklei een keramisch masker in reliëf, met gebruikmaking van een steunmal. Het masker wordt een 3D werkstuk. Het hoofdmateriaal is chamotteklei. Dit breng je tot leven door structuur aan te brengen in het materiaal. Daarnaast mag je materialen naar keuze toevoegen als decoratie nà het bakken. Het is van belang dat je een heel masker maakt. Geen masker dat alleen uit een paar ogen bestaat. Het Zorro-maskertje of venetiaans maskertje. Zo’n masker sterk uitgewerkt, mag wel. 

Wat zit er achter de opdracht?

  • ontdekken en benutten van de plastische eigenschappen van keramische klei;
  • ervaring opdoen in de basisprocessen en basistechnieken van keramisch werken
    (opbouw platen, stroken, bolletjes);
  • structuur en textuur aanbrengen met verschillende materialen en gereedschappen in de klei: de huid tot leven brengen!
  • vormgeven aan je artistieke keuze. Smoel geven aan je eigen masker = kiezen voor emotie = kiezen voor expressie!

Eindobject criteria

  • Je gebruikt materialen en gereedschappen juist en past de technieken goed toe.
  • Is het werkstuk keramisch opgebouwd en zijn de kleionderdelen goed met elkaar verbonden?  Is het werkstuk netjes afgewerkt?
  • Je maakt met plakken klei een uitgewerkt masker.
  • Zijn er aanwijsbare uitgewerkte onderdelen? Zijn de vorm- en beeldelementen overwogen toegepast? Speciaal letten op:  structuur en textuur (de huid) , vormen . mate van harmonie . ruimtelijkheid . plasticiteit. Originaliteit?
  • Je masker heeft uitdrukkingskracht.
  • Expressie emotie . Eventueel gebruik van andere materialen om de expressie te accentueren.
  • Je bereidt je goed voor, plant je werkzaamheden binnen de les en bent kritisch op wat je doet.
  • Is er sprake van een goede voorbereiding, planning en (zelf)evaluatie?

2676
Meenemen: theedoek (2) . decoratiematerialen . materialen om dessins mee aan te brengen (zelf ook van tevoren verzamelen! Veren, touw, leer, schelpen, houtjes, sisal, stofjes (bijvoorbeeld kant), …. . plastic zakken (niet te krap om werkstuk in op te bergen) (2) . . plastic folie (bijvoorbeeld van de Action) . . vork (om klei te hechten en in te krassen) . . eventueel stukje schuimrubber (ter ondersteuning).

Aanwezig: materialen

klei (2 tot 2,5 per persoon); wit chamotte 25% 0-1mm / 0-0,5 mm / 1000-1280 C; merk Creaton of Vingerling) . krantenpapier. engoben. papier . schildertape (om papiersjablonen even vast te zetten) . schort . bolletjesplastic (ondersteunend) . bakjes met sluitdeksel voor kleislib D van tevoren aanmaken) . mal per student om kleilap (overheen te leggen) als steun bij het vormen

Gereedschappen:
kleilatten ongeveer 7 – 10mm / (2 stuks per student) . kleiroller . boetseerspatels . mirettes . kleimes / aardappelschilmes . plank om op te werken en ’t werk in te pakken (1 per student) . eventueel plamuurmes (niet te breed) . fohn
Beeldbeschouwing:
getoond en eventueel zelf verzameld beeldmateriaal

9

STAPPENPLAN
Probeer verder te denken dan alleen carnaval! Bedenk welke kant je op wilt met je masker: kleur, sfeer, onderwerp, abstract, figuratief, inspiratie door een bepaalde kunstenaar, etc.

Stap 1 Beeldbeschouwing
o Uitleg werkvorm (15 minuten)
o Ideevorming beeldmap (15 minuten)
o Schetsen en sjabloon leggen (30 minuten)
o Groepsinstructie / demonstratie kleiplaat maken en lassen = verbinden (20 minuten)o Wat voor de volgende keer meenemen?

Bekijk op internet verschillende voorbeelden  van “Maskers”
Zoals je ziet zijn er verschillende soorten maskers. Je mag de voorbeelden gebruiken als inspiratiebron, wie weet helpen je ze om op ideeën te komen!

  • Kies de sfeer die je wilt. Afrikaans, Indonesisch, Venetiaans, et cetera, of bepaal jouw eigen mix. Je kunt ook kiezen voor een mix tussen mens en dier.
  • Maak enkele kleine schetsen als houvast (3). Hoe wordt de stand van de ogen, de grote van een neus, de vorming van de mond? Wat bouw je op? Wat hol je uit? Wat laat je weg?
  • Knip uit stukken karton sjabloondelen en ga ermee aan het schuiven en bollen. Kan ook met papierstroken. Hoe ga je de onderdelen straks in klei aanzetten? (recht, holvormend, bolvormend, symmetrisch of juist niet…. Met overlapping, hoogteverschil, doorkijkjes, afsnijdingen of juist niet?)
  • Plak of niet de stukken vast. Zo krijg je al een idee hoe het ruimtelijk wordt in klei. Maak ze eventueel weer los; bewaar ze als (snij)patronen.
  • Hoe scheutig ben je met alles? Vaak is het beeldend effect groter wanneer je niet teveel vormen gaat combineren. Wat meestal wél goed werkt, is herhaling en ritme. Hierdoor ontstaat meer samenhang en harmonie in je werkstuk.
  • Ga je naast textuur en structuur ook nog engobes (kleurpapje) en / of andere materialen aanbrengen? Bijvoorbeeld touw, leer, houtjes, kurk, ‘haar’, …..
  • Hoe en waar wil je die dan gaan bevestigen? Geef dat soort dingen ook al op je schets aan! Noteer waar je bijvoorbeeld gaatjes aanbrengt. Tip: maak het gat groter dan de maat van wat er doorheen moet, want klei krimpt.

De volgende keer kun je dus vlot aan je masker kleien beginnen, omdat je in grote lijnen weet hoe je het gaat aanpakken. Je hebt je schets, je hebt je model! Wel zo handig, want eenmaal uit het pak start het droogproces.

11

Stap 2 Opbouw basis: kleiplak rollen

  • kleihomp afsnijden en rollen 15 minuten
  • kleiplak basisvorm masker maken 30 minuten (30 minuten wegzetten eventueel wat droger fohnen))
  • uitwerkingen maken (30 minuten)
  • werkstuk vlot én zorgvuldig inpakken (10 minuten) (zie informatie over opbergen als je er nog verder aan wilt werken)
  • snel rest opruimen! (5 minuten)

Als basis werken we met een mal (een gebogen koker). Korte uitleg over kleitechniek!
Leg een krant opengevouwen op tafel voordat je met de klei aan de gang gaat. Dit voorkomt dat de klei vastplakt. Haal er van tevoren de nietjes uit! Wordt het bovenblad te nat, dan pak je een nieuw blad. Een gestreken theedoek kan ook (a.u.b. meenemen!).

  • Een homp klei leg je tussen twee latten. Met de handpalmen kun je hem al gelijkmatig platter maken. Met een roller rol je deze homp vervolgens uit tot een plak van een centimeter dik. Begin in het midden van de klei, rol naar voren en weer naar je toe, en weer van je af…. Draai hem om: herhaal. Je kunt ook plakken van gelijke dikte afsnijden, neerleggen en de randen elkaar laten overlappen en tegen elkaar drukken. Druk van midden naar buiten de lucht eruit.
  • Je kunt ook uit de hand een aantal rollen maken van ongeveer 2 centimeter, die naast elkaar leggen op de theedoek en met je duimen tegen elkaar aanduwen. Voeg steeds nieuwe rollen toe, totdat je ongeveer de goede breedte hebt. Leg nu ook hier een kleilat aan weerszijden – laat wat ruimte vrij – om overheen te rollen.
    (Als roller kun je een deegroller gebruiken; ook kun je doorgezaagde bezemstelen gebruiken). Druk de roller goed aan terwijl je de klei plat rolt tussen de latten. Door over latten te rollen wordt de plak uiteindelijk overal even dik. Doe je dit niet dan is ie aan de zijkanten dunner dan in het midden.
  • Is de basisplak gerold?
  • Inspecteer of je nog luchtbelletjes ziet, ook al zijn ze minuscuul. Prik de lucht eruit. Nooit een lap klei dubbelvouwen, want dan sluit je de lucht in. Door een luchtbel of luchtinsluiting breekt het werk bij het bakken. Daarmee loopt niet alleen je eigen werk kans om te beschadigen, maar misschien ook het werk van je medestudenten.
  • Leg dunne folie op de mal, dan laat ie beter los. Op de mal drapeer je de centimeter dikke laag. Zeker niet dunner dan een halve centimeter. Hij krimpt nog! Je kunt eventueel ook eerst uit de kleiplaat de patroonstukken uitsnijden en die op de mal met elkaar verbinden tot een geheel (bijvoorbeeld als je ze een beetje speels ten opzichte van elkaar / met onderlinge hoogteverschillen wilt rangschikken). (De delen altijd aan elkaar hechten!)
  • Ongebruikte klei terug doen in de oorspronkelijke verpakking en luchtdicht afsluiten!

12

14

Je kunt ook een basis maken van kleine kleirolletjes, waarmee je de mal bekleed. Maak niet teveel rolletjes tegelijk aan, want dan drogen ze al teveel uit. Je brengt de bolletjes al plat knijpend aan. Met je wijsvinger kun je de balletjes glad maken. [bij het masker bouw je aan de buitenkant van de koker op] Later kun je dat ook doen aan de binnenkant als de vorm los is van de koker. Glad maken doe je met een houtje of spatel (niet met water). Dan wordt te slap om mee te werken en duurt drogen lang.

  • Je kunt insnijdingen maken, klei-onderdelen in vorm knippen of scheuren. Dat geeft allemaal een effect! Strak, rafelig, gekarteld.
  • Heb je de basisvorm van je masker? Laat deze iets opstijven. Haal het basismasker wél van de mal voordat deze teveel indroogt om barsten tegen te gaan. Je kunt hem aan de onderkant stutten met proppen krant of bolletjesplastic of eventueel op een stuk schuimrubber laten rusten. Dan kan hij iets indrogen zodat je er makkelijker mee kunt werken voor aanbouw en opbouw of in vorm modelleren.

Stap 3 Uitbouw / structuur, textuur en patronen
Pak je schets er weer bij.
Tip: Je kunt gewoon met potlood tekenen op de klei, de potloodlijnen verdwijnen met het bakken.
Wat heb je aan klei nodig voor de verdere uitbouw en opbouw van je masker? Rol hiervoor nieuwe platen, kleivierkantjes of rolletjes klei.
– Ga je het masker uitbouwen? Met ogen, neus en mond, haar, oren, wenkbrauwen, uitsteeksels, tong, neus, snorharen? Met aanhangsels of andere fantasievormen? et cetera.
– Ga je delen wegsnijden of uithollen?.
– Ga je vormen op aanbrengen? Deze vormen kunnen open en gesloten zijn.
Wat je wilt!
Lekker doorwerken, want het droogproces is al begonnen!
Tip: als je een neus aanzet uit een dik stuk klei, dan moet je hem (later) aan de onderkant wat uithollen. Anders wordt ie te massief en wordt het verschil in dikte te groot: dan klapt ie bij het bakken eraf!

Stap 4 Samenvoegen basis en uitbouw

  • Werk je masker met de bewerkte kleiplakken, vierkantjes of rolletjes verder uit.
  • Hoe klein de delen ook zijn, hecht ze altijd aan elkaar! Zet eventueel op de naad aan de binnenkant een dun rolletje van klei en maak het met een spateltje glad. (kleislib, krassen, rolletje, aandrukken)

15

16

Tip:
Daarmee maak structuren (glad, grof, gedraaid), textuur en patronen in de klei aanbrengen je het huidoppervlak van het masker boeiender !!! Dat kan door:

  • er bolletjes klei, rolletjes, vlechtwerk en dergelijke op aan te brengen.
  • door materialen erin te drukken, te krassen of te wrijven. Dat kan met van alles: je kunt reliëfs snijden in kurken en stempelen, drukken met bierdoppen, kantwerk / jute, zeewier, bast, of stevig touw zachtjes indrukken, met houtjes, dik draad, sisal of een vork figuren of lijnen gaan trekken…….. (terwijl je dat doet, steun je de àndere kant van het masker met je andere hand)
    OOK AAN DENKEN:
  • Wil je na het bakken nog andere materialen bevestigen? Bepaal dan vóór het bakken hoe je ze gaat vastmaken. Bijvoorbeeld door gaten / gaatjes aan te brengen (controleer of ze echt open zijn), waardoorheen je je materiaal kunt halen, door putjes te zetten waarin je je materiaal met houtlijm kunt vastzetten of kokertjes op te bouwen. In alle gevallen de openingen iets groter maken dan nodig in verband met de krimp. Je werkstuk krimpt door het drogen en bakken ongeveer 10%. De krimp is in verticale richting meestal groter dan in horizontale richting.
  • Hoe ga je het masker presenteren? Houd hiermee in de compositie = opbouw van je masker rekening! Wil je het ophangen? Kun je het rondom bekijken als object in de ruimte? hoe ga je de bevestiging >eraan maken? > wat ga je dan doen met de achterkant en hoe kun je deze bij het geheel betrekken?

Denk aan het goed ‘lassen’ van de materialen.

Geen kleilaagjes om andere laagjes heen vouwen, want dan sluit je lucht in! Kleine barstjes wrijf je meteen weg. Is je klei te droog, bevochtig dan je handen. Maak de klei zelf niet te nat. Dit veroorzaakt namelijk scheuren tijdens het drogen en bakken. De onderdelen zoveel mogelijk van gelijke dikte opbouwen. Dikteverschil vergroot de kans op barsten. Dunne delen drogen eerder en dat geeft dan spanningen in het materiaal. Bewaren en vertragen van het drogen: houd de klei in plastic tot je aan het bewerken toekomt. Randen, delen die uitsteken en aanhechingspunten drogen sneller. Deze kun je tussentijds tijdens het werken met repen plasticfolie afdekken. Bewaren tot de volgende les? Leg eventueel een licht vochtige theedoek over je werk. Of spray eventueel met een plantenspuit een lichte nevel over het werk, plastic folie aanbrengen. Bij beide methoden: stop je werkstuk – voorzichtig – in een plastic zak, die je goed dichtmaakt! De klei mag niet uitdrogen. Probeer zo min mogelijk lucht in de zak in te sluiten! Let erop dat je klei niet invouwt (lucht opsluiting).

Stap 5 Kleuren

Breng eventueel kleur-engobes aan vóór het biscuitbakken. Engobe is een papje van klei met een kleurtoevoeging. Je brengt het aan in een dún laagje (de klei schijnt er niet meer doorheen)! Je kunt deze schilderachtig aanbrengen: met pencelen, dopen, borstelen, druipen, spuiten. Was en sjablonen kun je gebruiken om delen af te dekken. De klei mag best gezien worden, je hoeft dus echt niet het hele masker te kleuren! Engobes kun je ook mengen. Te nat is niet te beschilderen, maar te droog ook niet!
Tip: Je kunt ook weer krassen in de engobes en dan komt daar de witte ondergrond weer naar boven.
Wordt je werkstuk te vochtig dan kun je het met de fohn iets indrogen: niet te heet en wel gelijkmatig fohnen, dan droogt ie zo gelijkmatig mogelijk. Te snel en ongelijkmatig drogen geeft scheurvorming! Engobes kun je aanbrengen als je werkstuk stug aanvoelt en nog niet leerhard is. De klei kan dan al niet meer makkelijk met de vingertoppen worden ingedrukt, maar een vingernagel blijft zonder veel druk achter.
Leerhard, dan blijft de vingernageldruk achter bij lichte druk (dan is er al 40% van het vocht verdampt). Een fase verder wordt de klei brokkelig als je een lijn met de vingernagel zou zetten

P1040259Stap 6 Drogen en bakken
Het droogproces is niet spectaculair, maar is wel een zeer belangrijke schakel tussen het verwerkbare materiaal en het stookproces! Stoken: langzaam opstoken tot 600 C, verder bakken tussen 960-1100 C.
Het droogproces stopt op het moment dat het vochtgehalte in de klei en de omgevingslucht gelijk zijn. De klei is droog als hij aanvoelt als de omgeving. Voelt hij koud / koel, dan verdampt er nog wat: denk aan parfum die je opspuit, die voelt ook eerst koel en niet meer als de alcohol is verdampt. Het werk wat we maken is klein tot middelgroot. Voor het stoken moet het werk kurkdroog zijn. Droogtijd ongeveer 2 weken.
Tip: bak eventueel wat reststukjes mee (luchtvrij klaargemaakt!) die je als proefstukjes voor eventueel na-kleuren kunt gebruiken.

Stap 7 Afwerken
Nu kun je je masker met materialen ‘versieren’ indien je daarvoor kiest. Achteraf kleuren met bijvoorbeeld oostindische inkt en schoenpoets kan ook wanneer je niet hebt gekozen voor engobes én toch een kleur wilt hebben. Of inwassen met sepia-inkt of ecoline. Ook kun je bast gebruiken van bijvoorbeeld walnoten (deze dan van tevoren in water leggen, zodat de kleurstof eruit kan trekken. (Doe dat al thuis in bijvoorbeeld een jampot met schroefdeksel). Ook kun je het nog afdekken met een transparant glazuur.

Reflectie

3162THE MASK VOTES ………PUNTEN / VOTES

Je hebt ieder 10 punten om te verdelen. Naar welk masker laat jij je punten gaan? Geef een korte toelichting. Je masker dingt mee naar punten in drie categorieën: Werk jouw masker in de prijzen!
1. Het best uitgewerkte masker (aan- en opbouw, structuur en textuur. …….points
2. Het meest aansprekende masker. …….points
3. Het zorgvuldigst afgewerkte masker. ……..points

(maximaal 10 punten te verdelen, mag alles op één of verdeeld over drie stemdelen)

@Kunstschakel.nl

Advertenties