Thema eindexamen

Examen vwo en havo 2017 en correctierichtingen

Schooljaar 2017-2018

Het nieuwe examenprogramma culturele en kunstzinnige vorming geldt voor havokandidaten die in 2019 of later hun diploma ontvangen en voor vwo-kandidaten die in 2020 of later hun diploma ontvangen. In het schooljaar 2017-2018 wordt daarom voor de eerste maal gelegenheid geboden tot het afleggen van een schoolexamen op grond van het vernieuwde examenprogramma culturele en kunstzinnige vorming havo/vwo. Leerlingen die in 2017-2018 in het vierde leerjaar zitten nemen dus deel aan het schoolexamen volgens het nieuwe examenprogramma en krijgen in 2019 of 2020 een CKV-cijfer op hun cijferlijst. Met uitzondering van kandidaten die zijn gezakt Op de cijferlijsten havo tot en met 2018 en vwo tot en met 2019 staat nog geen cijfer voor CKV, want in die jaren doen de cohorten 2016-2018 (havo) en 2016-2019 (vwo) eindexamen en voor deze leerlingen geldt nog het oude examenprogramma CKV dat wordt beoordeeld met ‘voldoende’ of ‘goed’.

Ook binnen het vmbo heeft een herijking plaatsgevonden richting ‘Kunstvakken inclusief CKV’. Naast culturele activiteiten meemaken en ervaren, staan in de de eindtermen (3 en 4) ook eigen werk produceren en presenteren. Het geheel krijgt zijn weerslag in een vormvrij kunstdossier. Dat wil zeggen dat het kunstdossier niet per se een woordelijk verslag hoeft te zijn. Een verbetering voor die leerlingen die minder talig aangelegd zijn.  Het bijhorend examenprogramma Kunstvakken inclusief CKV wordt voor het eerst gehanteerd in schooljaar 2017 – 2018 en geldt voor de derdejaars vmbo-leerlingen.


VMBO 2018 heeft als thema: De Stad. woensdag 23 mei 2018 09:00-11:00

Zie ook thema de Stad in 2008 [weliswaar voor havo maar geeft invalshoeken en aanknopingspunten]

 


HAVO 2018: Zo verleidelijk! woensdag 23 mei 9.00 – 12.00 uur

Over kunst en kunstenaars op de grens van kunst en kitsch. Hoe weet kunst te verleiden, te imponeren en de aandacht te trekken? Vormgeving en expressie. En de redenen waarom (doel, betekenis).  Virtuositeit in de kunst. Wat is de invloed van ambachtelijk vakmanschap en techniek op de zeggingskracht en kwaliteit van kunst? Draagt technische perfectie bij aan de kwaliteit of aan de essentie van kunst? Het ambachtelijke, techniek.  Kunstenaars, architecten en vormgevers werken daarbij soms op de grens van kunst en kitsch. Filosofisch, oordelend.

De historische periode: Barok.


VWO : Thema 2018 wederom Voorbeeldig:  maandag 28 mei 9.00 – 12.00 uur

Kunstgeschiedenis in lijn met het thema speelt een even belangrijke rol als de actualiteit in de hedendaagse kunst! Dit past bij het thema Voorbeeldig, in de zin van imiteren, interpreteren en overtreffen. Dit zijn de drie subthema’s. Een klassiek academische gedachte in de kunstgeschiedenis. In de Oudheid was er waardering voor ‘imitatio’ en had men bij wijze van spreken geen oog voor eigentijdse nieuwerwetse interpretaties. Sinds de romantiek weet iedereen dat kunstenaars origineel moeten zijn en zich verre houden van imitatie. In Frankrijk was het voortdurend streven naar aemulatio de belangrijkste aanleiding tot de Strijd tussen de Klassieken en de Modernen aan het eind van de 17e eeuw. Lange tijd is imitatio een no-go-area geweest. Net zoals fotografie lange tijd niet is gezien als een vorm van kunst en er nu voor een ‘reclame’- foto meer dan een miljoen dollar wordt neergeteld. De waarde van het originele werk houdt min of meer stand in de kunstwereld, ook al worden reproducties steeds algemener verkrijgbaar en zijn ze, in veel gevallen, steeds moeilijker te onderscheiden van het origineel.

Waardering van kunst filosofisch

Waardering voor subthema’s, kunstenaars en technieken wisselt in tijd. Reproductie en de waarde van kunst hadden de interesse van Walter Benjamin. Hij ziet kunst die nu ook bestond in vormen die waren bedoeld om te reproduceren en circuleren als een democratiserende kracht. Reproduceerbaarheid maakt het mogelijk het kapitalistisch systeem aan te vallen en zet als zodanig het op de markt brengen en verhandelen van kunst op zijn kop.  Al blijft de waarde van een oorspronkelijk werk ook in de ogen van Benjamin uniek: ‘zijn aanwezigheid in tijd en ruimte, zijn unieke bestaan op de plek waar het is.’ En nu zijn we weer een slag verder, want visuele technologieën als röntgendiagnostiek worden nu veel gebruikt om vervalsingen op te sporen en aanpassingen aan het originele werk vast te stellen. Denk aan ‘het gedoe rondom de betwiste echtheid van werken rondom dé tentoonstelling van 2015 over Jeroen Bosch’.

Nadat Immanuel Kant zijn Kritik der Urteilskraft had geschreven, specialiseerde de esthetica zich steeds meer in kunst en werd het woord een synoniem voor kunstfilosofie. Esthetica is de leer van de zintuiglijke waarneming, in meer specifieke zin de tak van de filosofie die zich bezighoudt met schoonheid en kunst. Vanaf de Romantiek werd de betekenis van esthetica verengd tot “de leer van het schone” met de dichotomie “mooi/lelijk”.

Danto Arthur poneert de stelling van ‘het einde van de kunst’. In de zin van ‘einde aan het schoonheidsideaal als maat voor kunst. Een einde aan de ‘eigen-aardigheid’ dat alles werd geïdealiseerd omdat de natuur zelf als onvolmaakt werd gezien. In het plaatsvindend gedachtegoed hoeft het kunstwerk niks te imiteren en zelfs niet ‘mooi’ te zijn. Kunst heeft geen stichtelijke waarde of is dienstig aan verheven idealen. Nee, kunst heeft een intrinsieke waarde in zichzelf. Wat telt is de theorie achter het kunstwerk, het concept erachter. De kunstenaar is volledig vrij en in wezen is dat de kunst ook.

Sleutelwerken

Afgezet tegen kunstenaars en werken over 1500-1750, 1750-1900, 1900-1945 en 1945-heden kom je dan op een matrix van 12. Het ‘sleutelkunstwerk’ vormt letterlijk en figuurlijk een sleutel tot de inhoud van het betreffende subthema en periode. Een sleutelkunstwerk komt veelal één of meerdere malen terug in de bijbehorende schriftelijke bronnen. De ‘voorbeeldige kunstwerken’ zijn eveneens treffend voor de stof. Het verband met de schriftelijke bronnen is aanwezig maar minder expliciet. Het origineel kan een kunstwerk zijn maar ook de omringende wereld. De reproductie van de verschijningsvorm van het voorbeeld kan in dit geval het doel zijn. Denk bijvoorbeeld aan de denkwijze van Plato.

  • 2018: ‘Burgerlijke cultuur van Nederland in de 17e eeuw’. Voorbeelden Descartes, Lebrun, Vondel,  Brederode.

Zie elders op dit blog: https://mvomieke3.wordpress.com/burgerij/

  • De cultuur van het moderne in de eerste helft van de negentiende eeuw. Voorbeelden Schönberg, Satie, Popova, Eisenstein, Kandinsky, Brecht, Bartok.

Zie elders op dit blog: Kaartjes bij referaat [spelvorm: kaartjes uitdelen, in groepjes antwoorden erbij vinden en vervolgens in groepen ‘tegen elkaar spelen’; antwoorden aanvullen en corrigeren ]; Eind 18e eeuw ; Begin negentiende eeuw

  • Massacultuur in de tweede helft van de twintigste eeuw.-modern en postmodern design (Droog Design), popart (Andy Warhol), Retro architectuur (Sjoerd Soeters), Damien Hirst , Rem Koolhaas, Gijs Frieling

De rol van kennis in hermeneutiek

Hermeneutiek’ komt van het Griekse hermèneuein, dat zowel vertolken als verklaren, uitleggen betekent. Het vak hermeneutiek bemoeit zich vanouds met de uitleg van teksten, vervolgens met beeldende kunst en de cultuur in de volle breedte en het menselijk leven in het algemeen. In de traditie van de hermeneutiek gold lang het ideaal te achterhalen wat de auteur of maker van een werk eigenlijk heeft bedoeld. Het idee was dat de betekenis van een werk oorspronkelijk en in zuivere vorm in het hoofd van de maker zit. In dat idee is de klad gekomen. Wij zijn onontkoombaar bevooroordeeld. Mijn  begrijpen wordt gekleurd door het feit dat ik van de eenentwintigste eeuw ben, vrouw, Europees, Nederlandse et cetera. Ik sta op een bepaalde manier in het leven en van daaruit probeer ik te begrijpen en mijn buurman doet dat vanuit zijn optiek. Wie een kunstwerk interpreteert kan zichzelf daarin niet wegcijferen. Kunstwerken kunnen ons uiteraard heel wat leren over het verleden en over andere culturen. Kunst kan ons aspecten van het leven laten zien die we liever geen werkelijkheid zien worden.Een kunstwerk kan aspecten van de werkelijkheid laten oplichten die anders niet in beeld komen. Het brengt bovendien een manier van kijken over. Ook daardoor word ik beïnvloed in wat ik zie, ga ik dingen anders zien en andere dingen zien. Subjectief dus? Ja en nee. Je hebt wel te maken met een reëel schilderij of beeldhouwwerk, muziekstuk of danschoreografie gemaakt in een tijd waarin de kunstenaar leeft / leefde. Met voorgangers en voorbeelden, opvattingen over kunst maken, de scheikundige samenstelling van de gebruikte verf, eerder werk, later werk, maar ook hoe er in een tijd naar het werk gekeken werd. Etc., etc. Dat alles verrijkt een interpretatie. Denken en doen van de maker wordt bepaald door de tijd waarin hij of zij leeft. Datzelfde geldt voor de kijker. In de hermeneutische benadering speelt kennis dan ook een belangrijke rol.

Meningsvorming over kunst

Danto betoogt of iets al dan niet als ‘kunst’ kan gelden niet alleen een kwestie van proclamatie is – het uitroepen van iets tot kunstwerk – maar ook en vooral een kwestie van argumentatie. De theoretische bril omvat ook de geschiedenis, een ontwikkeling binnen de kunst die dit kunstwerk mogelijk heeft gemaakt. Een veelgehoorde kritiek op de moderne kunst is dat deze alleen nog interessant is voor ingewijden en zich heeft vervreemd van het grote publiek. Vertrouwde kunstopvattingen werden steeds verder ondergraven. In de avant-gardistische zoektocht van de kunst naar haar eigen identiteit, laat Danto zien, zijn allerlei kenmerken afgevallen die in vroeger tijden als wezenlijk voor de kunst werden beschouwd, zoals natuurgetrouwheid, individualiteit, diepzinnigheid of vakbekwaamheid. Zeg je over een werk ‘mooi’, dan is dat bijna als vloeken in de kerk. De kritiek op de schoonheidscultus hoort bij het proces van zelfontdekking van de kunst. Volgens Danto is de kunst zelf in zekere zin filosofie gaan bedrijven door zich in haar producten telkens weer af te vragen wat ‘kunst’ nu eigenlijk is. [ontleend aan KunstElo]

12 sleutelkunstwerken en 24 voorbeeldige kunstwerken (2017)

voorbeedlig 1 voorbeeldig 2 voorbeeldig 3 voorbeeldig 4 voorbeeldig 5 voorbeeldig 6 voorbeeldig 7 voorbeeldig 8 voorbeeldig 9 voorbeeldig 10 voorbeeldig 11 voorbeeldig 12

Imitatio, Interpretatio, Aemulatio

Interpreteren (variatio). Het voorbeeld kan een bron van inspiratie zijn of in materiële zin er letterlijk stukjes van overnemen, er iets aan toevoegen, veranderen of ernaar verwijzen. Ze kan zelfs als geheel ongewijzigd worden overgenomen en in een andere context worden geplaatst waardoor het een andere betekenis krijgt maar er identiek uitziet. Overtreffen (aemulatio kan heel letterlijk in formaat, zeggingskracht, realisme of juist abstractie. De bedoeling is niet om een gelijkend iets te maken. Het kan ook breder worden opgevat. Kunst is vaak gelaagd. en kan op verschillende manieren worden bekeken en geïnterpreteerd. Een werk in het kader van voorbeeldig kan daarmee te vangen zijn in het subthema imitatio, variatio en aemulatio, in een selectie hierbinnen en zelfs gelden voor alle drie. Bepaalde werken hebben vele nazaten in allerlei vormen.Soms ‘wint’ het origineel, soms de navolger.

Een goed voorbeeld is de manier van werken van Marlene Dumas. Zij heeft een groot archief van voorbeelden in de vorm van foto’s waardoor zij zich voor haar schilderwerk laat inspireren. De foto’s zijn als voorbeeld binnen haar oeuvre nooit ver weg, ze zijn zelfs herkenbaar, maar Dumas gebruikt het voorbeeld keer op keer op een andere manier.

lao003el_greco_042


CPE: 1400 minuten en dient verdeeld over ten minste zeven les weken te worden afgenomen in de periode tussen 1 januari en de start van het CSE. Minimaal 700 minuten dienen binnen het voor de kandidaat geldende lesrooster van het betreffende vak te zijn ingepland.Voor de verschillende disciplines gelden dezelfde opdrachten en hetzelfde opgavenboekje.

De opdrachten zijn zodanig gekozen dat ze aanknopingspunten bieden voor een uitwerking in de verschillende kunstzinnige disciplines of een combinatie van deze, waarbij de gekozen discipline
het uitgangspunt vormt. Het beeld staat centraal. Het beeld in de opgave is aanleiding en uitgangspunt en dit komt in het proces en product naar voren. Dat is niet hetzelfde als dat het (eind)product een directe visuele vertaling is van het beeld uit de opgave; wel is (duidelijk) invoelbaar / invoelbaar te maken dat de relatie er is.  Dat betekent dat in de collectie duidelijk is hoe in inhoud en proces met de uitgangspunten is omgegaan; ook is duidelijk welk gekozen thema onderliggend is en hoe de samenhang in de collectie is Het eindproduct kan eigenstandig zijn, maar in de weg ernaartoe is duidelijk welke stappen vanuit het opdrachtbeeld zijn gemaakt. Alle schetsen, studies en eindwerkstukken zijn genummerd in de volgorde van ontstaan. De dummy / het werkboek en het portfolio zijn dus essentieel.
CSE: in de reflectie nadrukkelijk een kunsthistorische beschouwing en duiding van de lijn in de kunstgeschiedenis betrekken in de opbouw van het antwoord.

VWO Tehatex examen 2017

begrippen –

Richtinggevende vraagstellingen

1. Waar halen kunstenaars, vormgevers en architecten hun voorbeelden vandaan? (bijvoorbeeld: uit de natuur, de kunst, het exotische, het nostalgische verleden of een toekomstbeeld)

2. Hoe onderzoeken kunstenaars, vormgevers en architecten ‘het voorbeeld’ en hoe verwerken ze het in hun eigen kunst? (letterlijk, conceptueel, functioneel, materieel; imitatio, variatio, aemulatio)

3. Op welke wijze zijn technische ontwikkelingen van invloed op de omgang van kunstenaars, vormgevers en architecten met ‘het voorbeeld’? (bijvoorbeeld: grafische technieken, fotografie, computers)

4. Hoe worden cultuurhistorische ontwikkelingen gereflecteerd in het denken over en kiezen van ‘het voorbeeld’ door kunstenaars, vormgevers en architecten? (Bijvoorbeeld: religie, humanisme en verlichting; romantiek; industrialisering; socialisme; massacultuur; globalisering; digitalisering)

5. Hoe past de omgang van kunstenaars, vormgevers en architecten met ‘het voorbeeld’ binnen de kunstfilosofie? (Bijvoorbeeld: kunst als imitatie van de werkelijkheid; kunst als interpretatie; ideeën over schoonheid; ideeën over originaliteit)

CKV: de 4 V’s: het programma omvat vier samenhangende domeinen

  • Domein A (nu: culturele activiteiten) Verkennen, met als start een kunstautobiografie. waar ben je (al) mee in aanraking gekomen?
  • Domein B (eerder kennis van kunst en cultuur) Verbreden, dus stap uit je comfortzone en ontdek nieuwe disciplines, nieuwe themata. Een havist doet in ieder geval drie disciplines en een vwo-er vier.
  • Domein C (eerder Praktische activiteiten) Verdiepen, duik de diepte in en sla aan het onderzoeken. Alleen, met een maatje of in een groep. Je giet je vraagstellingen in een onderzoeksvoorstel en vervolgens vindt het onderzoek plaats in een levensechte context. Dus bijvoorbeeld atelierbezoeken afleggen, een kunstenaar interviewen, ….   een videocomplillatie maken, een weetjes-ervaringenkalender samenstellen, …. Leg het vast in een onderzoeksverslag, presentatie of andere vorm waarmee je het inzichtelijk en deelbaar maakt.
    • Hierin zit de grootste verandering van de hernieuwde aanpak. Een benadering via onderzoekend leren. Dus onderzoeksvraag formuleren, praktijkverkenning, nadenken over de wijze van reflecteren en overdracht aan anderen, nadenken over welke wending je wilt geven aan het eigen ontwikkelingsplan van culturele groei en kunst gerelateerde skills.
  • Domein D (eerder reflectie) Verbinden, hoe passen de verschillende stappen in elkaar en hoe ziet je groeiende kunstbiografie er nu uit?

CKV vernieuwd

matrix Cultuur in de Spiegel ScEPTED CKV dimensies MiekevanOs

CKV afgesloten met een cijfer.

CKV cijfer

[kernvak.nl]

In het schooljaar 2017–2018 wordt voor het eerst gelegenheid geboden tot het afleggen van het gewijzigde examen culturele en kunstzinnige vorming havo/vwo. In het schooljaar 2018–2019 kan in havo voor het laatst examen worden afgenomen op basis van het oude examenprogramma culturele en kunstzinnige vorming. In het vwo kan dat voor het laatst in 2019-2020.

Formuleren van het PTA voor CKV

  • Verdeling 160 slu voor CKV in vwo over het vierde, vijfde en eventueel zesde leerjaar?
  • Verdeling 120 slu voor CKV in havo  over het vierde en eventueel vijfde leerjaar?
  • Aantal roosterlessen voor het vak in de opeenvolgende schooljaren?
  • Werkt de school met perioden? Drie, vier of meer perioden?
  • Zijn er wel/geen lesvrije toetsweken?
  • Hoe is de herkansing van onderdelen van het schoolexamen schoolbreed geregeld?
  • Wanneer vindt die plaats?
  • Hoe is de voortgangsrapportage geregeld? Hoeveel rapporten, wanneer?
  • Op welke gronden vindt bevordering naar het volgend schooljaar plaats? Wat betekent dat voor leerlingen die doorstromen, instromen of doubleren.
  • Hoe wordt het examenprogramma CKV uitgewerkt in bijvoorbeeld culturele activiteiten, dimensies, onderzoeksopdrachten en lessen?
  • Hoe wordt aan de eisen uit het examenprogramma voldaan? Onder meer bij havo minimaal drie en vwo minimaal vier disciplines.

@Kunstschakel.nl

 

Advertenties