Authentieke kunsteducatie, een ontwerpmodel

Remixing the Art Curriculum Emiel Heijnen beschrijft een ontwerpmodel waarmee kunstdocenten curricula en lessen kunnen ontwerpen. Een hulpmiddel bij het vernieuwen van het curriculum. Vanuit een kunstbron wordt een lesontwerp gemaakt. De kunstbron op zich raakt een leerling in zijn of haar emoties. Je kunt er niet niets van vinden! En manier van werken die ook het enthousiasme van de docent over kunstwerken zelf aanspreekt.  Inhaakt op de natuurlijke gedacht: “He, hier wil ik iets mee doen in mijn les”. Herkenbaar? Vanuit intuitief geraakt worden, wordt systematisch en onderbouwd vanuit de onderwijskundige theorie een lesprogramma uitgewerkt. Input bestaat uit het selecteren van betekenisvolle leerinhouden op het snijvlak van populaire cultuur, actuele kunst en maatschappelijke kwesties. Vervolgens wordt de kunsteducatieve praktijk kritisch beschouwd en onderbouwd vanuit een multidisciplinaire benadering. Vanuit verschillende niveaus en blikvelden wordt het onderwijsprogramma bekeken waardoor de kunsteducatie zich verdiept en gewerkt wordt met doordachte curriculumconcepten. De lessenseries worden systematisch ontworpen om specifieke (eind)doelen te realiseren, waarbij wordt vormgegeven aan een brede competentieontwikkeling in samenwerking met collega’s.

Heijnen geeft aan dat zijn onderzoek laat zien dat de inhoud en didactisch ontwerp van kunsteducatie niet los van elkaar gezien kunnen worden omdat kunstwerken en beelden fungeren als ontwerp organizers: zij roepen betekenisvolle leerarrangementen op in plaats van ze te illustreren. Een hoogwaardig, vernieuwend kunstcurriculum kan in zijn ogen alleen gerealiseerd worden wanneer scholen erkennen dat het ontwerp ervan een creatief proces is en wanneer zij kunstdocenten de ruimte bieden voor collectieve vormen van educatief ontwerp. Zijn studie bevestigt dat authentiek (kunst)onderwijs een flexibel sociaal-constructivistisch leerconcept is dat kan worden afgestemd op de beperkingen en mogelijkheden van lokale educatieve omgevingen.  En ook succesvol kunnen worden geïmplementeerd in een meer traditionele onderwijsomgeving. Mits er ruimte is voor kritische interactie als gevolg  van de combinatie van maatschappelijke onderwerpen, hedendaagse artistieke methodieken zoals remixen, en uitwerkingen van sociale interventies.
In zijn onderzoek brengt Heijnen een focus aan op:
  • de alledaagse, spontane visuele praktijken van jongeren en
  • de praktijken van hedendaagse beeldend kunstenaars en ontwerpers.

De insteek van Heijnen is die van Authentieke Kunsteducatie met als karakteristieken:

  1. kennis wordt geconstrueerd in complexe taaksituaties die ruimte bieden voor eigen initiatief;
  2. het onderwijs gaat in op de cultuur van de leerling;
  3. leertaken zijn afgeleid van activiteiten die professionals in de kunsten verrichten; en
  4. onderlinge samenwerking en communicatie spelen een prominente rol bij het leren (Haanstra, 2001, 2011).
Specifieke focus

De hoofdvraag van zijn onderzoek luidt: wat zijn de belangrijkste ontwerpprincipes voor een model voor authentieke kunsteducatie dat is afgeleid van de praktijken van hedendaagse informele en professionele visuele producenten en welke implicaties heeft het model in de kunsteducatieve praktijk en op het vlak van curriculumtheorie? Zijn onderzoeksgroep zijn  met name de  sociaal geëngageerde kunstpraktijken, vanuit zijn verwachting dat onder deze kunstenaars de meest actuele ideeën en methodieken over hedendaagse kunstproductie te vinden zijn. Kunstenaars die opereren in interactieve netwerken waarin wordt samengewerkt met collega-kunstenaars, met experts van buiten de kunsten en met hun publiek. Hun praktijken zijn conceptueel geworteld in de kunst, maar richten zich op lokale en globale sociale contexten vanuit een activistisch en politiek perspectief. Oorspronkelijk benadrukt authentieke kunsteducatie met name de connecties tussen de informele beeldcultuur van de leerling en de professionele kunstwereld. Heijnen voegt daar in zijn onderzoek nadrukkelijk het domein van‘lokale en mondiale contexten’ toe om aan te geven dat visuele productie niet los gezien kan worden van de sociaal-culturele contexten waaruit populaire beeldcultuur en kunst ontstaan en waarop zij reageren. Deze toevoeging benadrukt het thematische, discursieve (stap voor stap verhalend redenerend) en reflectieve karakter van authentieke kunsteducatie. Het leren buiten school en de interactie met ‘buitenstaanders’ hebben een positief effect op de motivatie en de verantwoordelijkheid voor het leerproces van de leerling. Heijnen vermoedt dat het creatieve proces wordt bevorderd wanneer leerlingen samenhangende bronnen bestuderen uit het domein van de kunsten, de populaire cultuur en de sociaal-culturele contexten. Sociaal-culturele thema’s versterken de cognitieve inhoud van de lessen en maken ze toegankelijker voor leerlingen die minder geïnteresseerd zijn in kunst. De lessenseries weerspiegelen de interdisciplinaire en conceptuele benadering zoals die gebruikelijk is onder hedendaagse kunstenaars: de opdrachten zijn gericht op het ontwikkelen van een idee waarbij leerlingen door onderzoek en experiment de meest geschikte materialen en technieken selecteren.

 

Dit is een benadering. zoals er ook andere zijn. Eclectisch te werk gaan is ook een keuze, waarbij je gebruik maakt van meerdere ideologieën en het gedachtegoed van meerdere denkers. Waarbij het leren van technische vaardigheden en het procesmatig leren ten dienste staan van elkaar en de volle veertien jaar van de onderwijscarriere wordt benut in een doorgaande samenhangende leerlijn.

Advertenties