Leerlijn SLO PO

Het WAAROM binnen / achter een leeractiviteitenprogramma is zeker zo belangrijk als het WAT. Waarom doe je deze culturele activiteit op dit moment en in deze groep. Waarom je je leerlingen onderwijsactiviteiten aanbiedt.

Kerndoelen Kunstzinnige Oriëntatie PO TULE

http://www.sardes.nl/uploads/publicaties_downloads/2014_rap_kwaliteitskader_KO.pdf

Schema competenties Beeldende Vorming Leerplankader Kunstzinnige Oriëntatie SLO
 Volledig schema SLO

competentie/groep 1 & 2 3 & 4 5 & 6 7 &8
oriënteren Stelt zich open voor beelden.

Geeft (samen met leerkracht) betekenis aan beelden door erover te praten.

+
Kan in gesprek met leerkracht de relatie leggen tussen betekenis, onderzoek en vormgeving.
+
Kan relatie leggen met andere kunstvakken.Kan in beschouwingsgesprek de relatie leggen tussen vorm, betekenis en materiaal.
+
Kan betekenis geven en zich daarbij spiegelen aan anderen.Staat open voor andere ideeën.
onderzoeken Kan thema’s uit belevingswereld ter inspiratie gebruiken.

Kan materialen, technieken en beeldapsecten spelenderwijs verkennen binnen context thema.

+
Kan binnen context thema experimenteren met beeldaspecten, materialen en technieken.Kan zich daarbij laten leiden door de richtlijnen van de opdracht en het toeval.
+
Kan bronnenonderzoek doen en aspecten van W.O, beeldende vormgeving en kunst als inspiratie voor eigen werk gebruiken.Kan gericht experimenteren en mogelijkheden uitproberen.Kan rekening houden met criteria en eigen plan uitstippelen.
+
Kan dat steeds zelfstandiger of in samenwerking met anderen.Kan bij de uitvoering relatie leggen tussen criteria van de opdracht en eigen criteria.
uitvoeren Kan ideeen vormgeven in beeldend werk en vertellen over de bedoeling.

Kan tijdens werk materiaal/gereedschap benoemen en veilig gebruiken.

+
Kan persoonlijke invulling geven aan opdracht en gebruikmaken van zijn ontdekkingen.Kan rekening houden met de richtlijnen.
+
Kan aangeven hoe hij van ontdekkingen gebruik heeft gemaakt.Kan keuzes motiveren en rekening houden met criteria opdracht en eigen criteria.Kan werkvolgorde bepalen op basis van kennis, inzicht en vaardigheid.
+
Kan waardering beargumenteren en relaties leggen met beeldende en andere kunstdisciplines en erfgoed.Kan iets vertellen over de betekenis van kunst en erfgoed in dagelijks leven van heden en verleden.
evalueren Kan vertellen over beeldend werk (wat en hoe).

Kan kijken naar en praten over werk van de ander.

Kan eigen werk vergelijken met dat van kunstenaar.

+
Kan vertellen over eigen werkproces.Kan verschillende oplossingen voor het maken van een werkstuk benoemen en waarderen.
+
Kan daarbij criteria gebruiken van opdracht en eigen criteria.Kan eigen product en proces en dat van anderen waarderen.Kan relatie leggen tussen eigen werk en dat van vormgevers/kunstenaars en ervaringen (ook buitenschools).
+
Kan dat doen in groep en vervolgopdracht bedenken.Kan waardering beargumenteren met kennis en inzicht uit andere kunstdisciplines en erfgoed.
Advertenties